Minder vervuiling is ook vervuiling

Gunter Pauli is de bedenker van de Blauwe Economie, een theorie die hij in twee boeken inzichtelijk heeft gemaakt: Blauwe Economie en Zen and the Art of Blue: How to Connect the Quality of Your Life to the Blue Planet Earth. Daarnaast is Pauli een succesvolle ondernemer. In 1983 werd hij op zevenentwintigjarige leeftijd door Stan Shih en Lin Hwai-min 1983 verkozen tot lid van de Tien buitengewone Jonge Personen. Na zijn pensioen richtte hij ZERI op, een stichting die het concept van de Blauwe Economie actief wil verspreiden om een cultuurverandering teweeg te brengen. 
De Blauwe Economie gaat over de hedendaagse maatschappij in samenhang met de ecologische balans van de natuur. Het uitgangspunt is het ecosysteem als de meetlat voor innovatie en hervorming op basis van zowel nul verspilling als slimme energieconsumptie met als doel nieuwe kansen voor economische ontwikkelingen te creëren. Bovendien heeft de Blauwe Economie de potentie om creativiteit en diepgaande menselijke introspectie op te wekken.
Circa twee jaar geleden heb ik Gunter Pauli geïnterviewd en al is dat een tijdje geleden, toch is het onderwerp en de inhoud van dit gesprek nog steeds uiterst relevant. Dit is dan ook de reden waarom we het interview hier op Facing Crossroads willen publiceren.


Een van uw krachtige stellingen is: ‘Minder vervuiling is ook vervuiling!’. Kunt u daar een voorbeeld van geven?

“Heel veel van wat wij recyclen, had nooit onze economie mogen binnenkomen. Als je vandaag de dag gerecycled papier gebruikt, dan zijn daarvoor nog altijd miljoenen bomen omgehakt. En zelfs al doe je aan recycling, je kan niet tot in het oneindige recyclen. Er is een enorme groei in de vraag naar papier. We zijn van 100 miljoen ton papier naar 400 miljoen ton papier per jaar gegaan. Nu gaan we naar 600 miljoen ton papier per jaar. Het is onmogelijk om papier duurzaam te blijven produceren. En zelfs al werk je door middel van genetische manipulatie [naar het doel toe om papier te kunnen creëren][1. mijn toevoeging, KT], dan kun je het nog niet produceren. Je moet van model veranderen.”

Kunt u meer vertellen over uw model van papierproductie?

“Wij maken papier uit steengruis. Zowel van steengruis uit bouwafval, als steengruis uit de mijnbouw. Het grootste voordeel daarvan is niet alleen dat we vermijden dat de bomen worden omgehakt, maar dat we papier kunnen produceren zonder het gebruik van water. En dat is revolutionair, want als je kijkt naar het recyclen van papier, dan heb je te maken met het afval van onder andere de inkt en de korte vezels. En recyclen betekend veelvuldig zuiveren en het doorlopen van chemische processen. Wat weer heel veel energie kost. En als we dat kunnen elimineren — simpelweg geen inbreng hebben in de circulaire economie omdat je het niet nodig hebt —, dan heb je een doorbraak in duurzaamheid. Ik noem dat ‘iets vervangen met niets’. Je vervangt het maken van papier met ‘geen vezels’ en ‘geen water’.
Dit verrast natuurlijk veel mensen in de sector. Met hun achtergrond en ervaring, vinden zij het moeilijk om zich dit in te beelden. En als zij beseffen dat dit een realiteit is, dan zien zij in dat je hier nooit mee kunt concurreren.”

Is papier maken van steengruis iets dat al gebeurt?

“Jazeker. Er zijn twee grootschalige fabrieken van een miljoen ton die al draaien in China. Er zijn zeven projecten in voorstudie. Voor onder andere Brazilië, Spanje, Algerije, en Japan. Zelfs in Japan wenst men het oude steengruis van de oude koper en zinkmijnen in het noorden terug af te graven, omdat het een blijvende vervuiling is geworden. En die blijvende vervuiling, ook van de steenkoolmijnen, die kunnen we simpelweg afgraven en verwerken in papier. En werken met steengruis papier betekend dat je midden in een stad een papierfabriek kunt neerzetten. Dat is met de oude productie methode niet mogelijk, omdat je daarvoor grote hoeveelheden water nodig hebt.”

Hoe werkt het praktisch gezien bij de Blue Economie als het gaat om ondernemers en hun ideeën?

“Mijn tussenkomst kan op drie manieren zijn:

  1. Soms, bij uitzondering, leid ik projecten persoonlijk. Bijvoorbeeld de initiatieven rond papier gemaakt van steengruis, maar ook een project in bamboe en bioraffinage in Italië. Dat doe ik, omdat ik geloof dat dit zo’n fundamentele verandering is, dat ik mij daarvoor moet inzetten.
  2. Bij een honderdtal andere projecten ben ik een lid van het team. Waarbij ik mij vooral richt op voorvallende blokkades. Die heb je altijd.
  3. Van alle projecten, waar ook ter wereld, leer ik.

Het is de combinatie van deze drie die mij een hele grote slagkracht geeft. Ik heb zo’n 900 medewerkers om projecten uit te voeren en een netwerk van zo’n 3.000 wetenschappers. En dat netwerk op die twee niveaus staat ons toe zeer snel te reageren.”

Richt u zich ook op technologische ontwikkeling?

“Aan technologieontwikkeling doen wij praktisch nooit. Met een uitzondering van bijvoorbeeld bamboe. We geloven dat alle technologieën die we nodig hebben er al zijn in de wereld. Men heeft die kennis. Het belangrijkste is het ontwikkelen van het zakenmodel. Welk zakenmodel kunnen wij hiervoor opzetten? Het zakenmodel is waar wij de sleutelrol spelen.
Ik krijg dagelijks twintig à dertig voorstellen van mensen die zeggen: ‘Ik heb een technologie die de wereld zal veranderen’. Van die voorstellen wordt er gemiddeld een per dag doorgestuurd naar onze wetenschappers. Uiteindelijk blijken een op de duizend voorstellen zó goed te zijn dat ik binnen een maand een bezoek breng aan degene in kwestie.”

En tot wat voor een actie gaat u vervolgens over na zo’n bezoek?

“De belangrijkste rol die wij hebben, is het ontwikkelen van het zakenmodel dat toelaat dat deze nieuwe innovaties — want we zijn nooit geïnteresseerd in een technologie, het gaat altijd om een cluster van technologieën —, [oftewel:][2.  mijn toevoeging; KT.]hoe kunnen wij een cluster van technologieën omzetten in een zakenmodel dat zo concurrend is dat je de traditionele machten op de markt kunt aanpakken. Dat is wat we missen. We hebben honderdduizenden technologieën die voorhanden zijn, maar ze komen niet op de markt. En waarom komen ze niet op de markt? Omdat er een technologische, institutionele lock-in is. Wij hebben het economische systeem door en op deze wijze kunnen we deze nieuwe zakenmodellen succesvol op de markt krijgen.”

Wat probeert u de mensen mee te geven met u lezingen die u in verschillende landen geeft?

“Ik hoop mensen te inspireren. Het is niet mijn hoofddoel om mensen te informeren over nieuwe technologie en dergelijke. Voor mij is een lezing geslaagd wanneer er actie volgt. Het probleem van technologie is: het spreekt het hoofd aan en niet het hart en de emoties. Ik probeer de passie mee te geven en van hart tot hart te spreken. Daarom laat ik de mensen ook vaak lachen met de haalbaarheidsstudies. Wij zitten altijd gevangen in die haalbaarheidsstudies.  Wanneer ik de Chinezen steenpapier voorstelde, was daar binnen zes weken een beslissing over gemaakt. ‘Geen water professor Gunter Pauli?’ Dat is geweldig, dit moeten wij doen.’ “

Werkt het zakendoen met China anders dan met bijvoorbeeld in Europa?

“Ja. Europa is de traagste van allemaal. In Europa moeten wij alles analyseren en bestuderen. Wij zijn zo Descartes[3. René Descartes was een Franse filosoof en wiskundige.] in ons denken. Dat is de grote blokkade, wij analyseren alles opnieuw en opnieuw.”

Toont dat analyseren wantrouwen, wellicht?

“Wij hebben geen vertrouwen in onszelf. Wij vertrouwen onszelf niet meer. En daarom moeten we meer contact maken met de emotionele intelligentie en die passie. Je moet je soms gevoelsmatig laten meeslepen. In Europa hebben we allemaal onze spreadsheets met Excel en zijn we maar aan het spelen met de cijfertjes. Dat is toch geen business? En vervolgens gaan we banken overtuigen met een idee.
Nee, in onze business wordt er geen zakenplan opgezet zolang je het niet verkocht hebt. Heb je verkocht en de factuur is betaald, dan kan je beginnen. Wij zorgen ervoor dat men veel sneller de verkoopovereenkomst tekent. Als je zowel gezondheidsproblemen, als milieuproblemen, als sociale problemen kunt oplossen, creëer je een zakenmodel wat een enorme meerwaarde heeft.”

Heeft men in een Europa een grotere moeite met het oude systeem los te laten?

“Wij hebben niet alleen moeite met het loslaten van het oude systeem, we hebben voornamelijk moeite met onze oude vorm van communicatie en analyse los te laten. We zitten zo in het keurslijf van een Accenture of een McKinsey  report. Verslagen die worden geanalyseerd met haalbaarheidsonderzoeken, etc. Ik heb dit meegemaakt met de haven van Rotterdam. De haven zou zo in het steenpapier kunnen stappen, maar ik zou dan eerst een verslag moeten opstellen. Ik doe dit werk niet om verslagen te schrijven. Als ik voor ieder project verslagen zou schrijven, zou ik nu van de honderden projecten die we hebben nog verslagen aan het schrijven zijn. Ik ben niet in de wereld gekomen om verslagen te schrijven. Een deel van mijn rol is een cultuurverandering teweeg te brengen en gedragscodes te wijzigen.”

Wat is uw uitdaging hierin? Heeft u ervaring met frustratie bijvoorbeeld?

“Ik ben niet gefrustreerd, omdat iemand mijn voorstel niet oppakt. Wel kan ik kan frustratie ervaren vanwege het feit dat mensen niet zien welke kansen ze missen. Als havenbedrijf Rotterdam een jaar geleden ‘ja’ had gezegd tegen hetgeen wat ik hun voorstelde, dan had er nu een steenpapiefabriek gestaan. Het is spijtig dat we sommige kansen niet grijpen, omdat we zo nou eenmaal niet zijn groot geworden en daar nog geen wijsheid in verworven hebben. Het is de kunst dat we onze wijsheid continue aanpassen.”

Op uw website maakt u veel vergelijkingen met de natuur, zoals het feit dat de natuur een continuïteit van verandering is. Als ik u zo hoor, is dat heel erg de wijze waarop u leeft. Klopt dat?

“Dat klopt inderdaad. Ik vaar mee met de flow. Ik ben een surfer. Ik ben niet degene die de golven maakt. Als het ergens niet gaat, dan ga ik ergens anders verder. Het is als een zaadje wat rond gaat. Als het op de bodem is gevallen en niet snel genoeg wortel schiet, dan wordt het door een vogel opgegeten en ergens anders naartoe gedragen. Met extra meststoffen erbij zelfs.”

Is dit wat de wereld nodig heeft, denkt u? Wat u doet?

“Absoluut. Ik geloof dat dit mijn beste bijdrage is aan de wereld. Meer, sneller en onvoorwaardelijk zijn: ‘I dont take a no for a no’. Onvoorwaardelijk zijn, niet omdat het mijn business is, maar omdat we kansen niet kunnen laten schieten. Het moet snel gebeuren. We hebben op dit moment  bijna vijf miljard mensen die in armoede leven. Hoe kun je dan vragen om een rapport?”

Waar haalt u uw kracht en energie vandaan?

“In de kern zijn het mijn kinderen en mijn familie. En wat mij heel veel kracht geeft is het feit dat ik heel veel interactie heb met leraren op scholen. Ik merk op dat kinderen heel snel een ommekeer laten zien in hun denken. Alle kinderen zijn geboren ondernemers. Ze willen allemaal iets doen.”

U noemt zichzelf een activist. Bent u dat altijd al geweest, of is dat op een bepaald moment ontstaan?

“Ik ben een activist geworden. Ik las als student het boek van de club van Rome: Grenzen aan de Groei. Ik vond hetgeen wat daarin stond onmogelijk om te accepteren. Het was in mijn tijd als twintigjarige student moeilijk om te zeggen: ‘er zijn grenzen aan de groei’. Ik heb dat ook intellectueel moeten verwerken. Ik was studentenleider waardoor ik de kans kreeg om de dialoog aan te gaan met de leden van de Club van Rome en met de voorzitter Aurelio Peccei. Hij heeft mij ook sterk gemotiveerd destijds. Hij zei: ‘Ga nooit werken voor de Proctor & Gamble. Jij bent iemand die zijn eigen weg moet gaan.’ Als je zo’n duw in de rug krijgt, dan durf je dat wel te denken. Er waren misschien wel  een paar honderd studenten die op dezelfde wijze dachten, maar uiteindelijk ben ik de enige geweest die ervoor ging. Het gevoel van risico was voor de meerderheid veel te groot. Men ging liever voor de baan, het contract en de zekerheid, wat in de jaren zeventig toch erg belangrijk was.”

Wat maakte u daarin anders? Hoe kwam het dat u toch ging voor de andere weg?

“Ik had mentoren. Wanneer je mensen rondom je hebt die je bekritiseren, motiveren, begeleiden en het je soms gemakkelijk maken, en soms ook moeilijk maken, is dat heel waardevol. Dat is wat we nodig hebben en dat doen we niet meer. Ons sociale weefsel is zo ondergraven, dat het hele weefsel weg is. Waarom ik zo’n activist geworden ben is onder andere, omdat ik van zoveel mensen zoveel gekregen heb. Zij hebben daar niets voor in ruil gevraagd. Ze zeiden niet ‘als je succesvol bent en je hebt je eigen bedrijf in Japan, dan moet je mij tien procent van de winst aan mij geven’. Nooit.
Ik heb deze mentoren gezocht, ik wilde deze mensen leren kennen. En dat is wat onze jeugd vergeet. Wij jagen achter diploma’s aan, we jagen niet naar dialogen met mensen. Het gaat om de diepgaande dialogen en de mensen vinden die je motiveren en aanzetten om het te doen.  Want als iemand anders gelooft dat je het kan, dan kun je het. Wij zeggen bijvoorbeeld al tegen onze jongeren: ‘Wij geloven niet in jullie. Jullie moeten meer diploma’s halen.’ We willen dat iedereen dokter wordt en drie of vier specialisaties heeft en stages loopt overal ter wereld. Nee, gewoonweg je handen vuilmaken. Vallen en opstaan. Als je nooit bent gevallen, dan kun je ook nooit opstaan.”

Ik begrijp dat voor een aantal projecten die u heeft gedaan er geen wetenschappelijke onderbouwing was. Hoe komt het dat u dan toch besloot daarvoor te gaan?

“Vaak wordt ik arrogant genoemd, maar het is niet arrogant. Het is een vorm van onwetendheid die ik ervaar en mij een vrijheid geeft. Als mens heb je een bepaalde basiskennis — en basisinzicht in een zekere dynamiek — die ervoor zorgt dat als je met honderd man aan iets werkt, je een grote kans van slagen hebt. Is een wetenschapper die zegt dat het niet kan, nog een mens van vandaag? Naar mijn mening zou diens diploma moeten komen te vervallen. Het probleem met mij is: zodra ik dat zakenmodel zie, dan is het voor mij een realiteit. En als ik daar dan met mensen over spreek, die zien zij dat ook.”

Tot slot, mensen die het gevoel hebben dat ze iets willen doen voor onze aarde, maar niet zo goed weten te beginnen, wat zou u hen adviseren?

“Begin bij jezelf. Begin je eigen ecosysteem te doorgronden. En dat is niet je huis, maar dat is je eigen lichaam. Begrijpen hoe je lichaam werkt, begrijpen hoe vertering werkt, begrijpen hoe je gelukkiger en gezonder kunt worden met wat je hebt. Daarom schreef ik ook het boek Zen and the Art of Blue. Om te kijken naar ‘ik’ als mens. Want als wij onszelf niet kunnen doorgronden, hoe kunnen we dan beginnen de rest van de wereld te doorgronden en verbeteren? De meerderheid van de mensen leeft heel ongezond. We zijn ons niet bewust. We hebben geen enkel idee van de impact die we hebben. Niet alleen op onszelf, maar ook op onze omgeving, op onze natuur. We kunnen heel simpel de wereld veranderen door te beginnen met een bewust ontbijt. We moeten beginnen met het vertrouwen te hebben in onszelf en dat niet buiten ons te leggen. En erop vertrouwen dat we het kunnen.”

Comments are closed.